Wat is DHCP?

DHCPWat is DHCP? 
DHCP of Dynamic Host Configuration Protocol, is een computerprotocol dat beschrijft hoe een computer dynamisch netwerkinstellingen van een DHCP-server kan verkrijgen. DHCP staat voor ‘Dynamic Host Configuration Protocol’, al schept dat voor u misschien weinig duidelijkheid. Belangrijk hier is het woord dynamic. Het DHCP-protocol helpt uw computer namelijk voor elk apparaat in uw netwerk automatisch een IP-adres aan te wijzen. DHCP zorgt er voor dat elk apparaat zo een eigen, uniek IP-adres krijgt binnen uw netwerk. Ook bestaat er zoiets als DHCP-reserveringen, die ervoor zorgen dat elk apparaat telkens hetzelfde IP-adres krijgt. Dit wordt algemeen aangenomen als aan te bevelen. Het DHCP-protocol is gebaseerd op het Internet Protocol IP en werkt met UDP-pakketten. Over UDP vertellen we u later meer.

Hoe werkt het? 
Devices hebben bij DHCP in principe zelf geen vast geconfigureerd IP-adres. Ze verkrijgen hun IP-adres dynamisch via een DHCP-server. Deze server heeft zelf wél een vast IP-adres en beheert een groep van IP-adressen die het tot zijn beschikking heeft. Wanneer de DHCP-server geactiveerd wordt kunnen de adressen toegewezen worden aan de devices die deze aanvragen aan de server. Er kunnen maar zoveel IP-adressen worden toebedeeld als dat er beschikbaar zijn op de server. Elk IP dat door een aanvraag aan de server verkregen wordt heeft een beperkte geldigheid. Devices die het netwerk verlaten, laten ook zo hun IP-adres weer vrij om door een ander toestel ingenomen te worden. Als het toestel nooit de server verlaat, zal dit automatisch toch gebeuren wanneer de geldigheid voorbij is.
Hoewel DHCP dus heel dynamisch is met het uitgeven en opnieuw aanwijzen van IP-adressen, is het ook mogelijk om voor bepaalde devices een vast IP-adres te configureren. Zo kunt u bijvoorbeeld alle printers in uw bedrijf een vast IP-adres geven.
Wat zijn de voordelen van DHCP? 
Het netwerkbeheer wordt dankzij DHCP grotendeels versimpeld:
1. De configuratie voor alle devices die verbinding willen maken met het netwerk wordt dankzij DHCP centraal beheerd, in plaats van voor elk toestel afzonderlijk;
2. Wanneer het netwerk opnieuw geconfigureerd wordt, door bijvoorbeeld het toevoegen van andere subnetten, is ook enkel een centrale aanpassing nodig;
3. Bij het wijzigen van een toestel, bijvoorbeeld een IP-telefoon van de ene dienst naar de andere, hoeft men op het toestel zelf niets te wijzigen.
DHCP maakt het ook mogelijk om aan bepaalde devices regels op te leggen, bijvoorbeeld in de geldigheidsduur van het IP-adres. Omdat veiligheid ook hierin een topprioriteit is, kan men instellen dat het IP-adres van een toestel regelmatig moet wijzigen. Dat zorgt er dan wel weer voor dat er geen vaste één-op-éénrelatie meer is tussen het IP-adres en MAC-adres, wat voor het waarborgen van de veiligheid en traceerbaarheid toch een obstakel kan vormen.